9/12/2015 De wijzigingen van het Belastingplan 2016

Ook het CDA stemde gisteren in met de wijzigingen van D66 in het Belastingplan. Daarmee werd een meerderheid in beide Kamers verzekerd. Staatssecretaris Wiebes zette de wijzigingen van het Belastingplan 2016 op een rijtje en stuurde de Tweede Kamer hierover een brief.

Arbeidskorting

Het kabinet gaat vanaf 2017 de arbeidskorting trager afbouwen. Werkenden met inkomens van circa € 35.000 tot € 125.000 ondervinden hierdoor lagere lasten. Hiermee is structureel een bedrag van € 224 miljoen gemoeid.

Ouderenkorting

Vanaf 2017 is structureel € 100 miljoen extra beschikbaar voor de ouderenkorting. Dit komt bovenop de intensivering van de ouderenkorting, eveneens met € 100 miljoen. Met beide intensiveringen wordt een belangrijk deel van de eenmalige koopkrachtreparatie in 2016 structureel gemaakt.

Box 3

In 2016 wordt het heffingvrije vermogen voor box 3 met € 3000 verhoogd, bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie. Hiermee wordt de kleine spaarder al in 2016 ontzien. Na indexatie komt het heffingvrije vermogen op € 24.437. Hiermee wordt in 2016 al grotendeels aangesloten bij de voorgenomen wijziging van box 3 in 2017, waarin het heffingvrije vermogen wordt gebracht op € 25.000. Hierdoor zullen in 2016 al 215.000 extra belastingplichtigen geen belasting meer betalen in box 3.

Dekking

De maatregelen en wijzigingen op het wetsvoorstel worden budgettair gedekt door het tarief in de tweede en de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting in 2016 met 0,2%-punt en in 2017 met 0,3%-punt minder te verlagen ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Met ingang van 1 januari 2016 komt het tarief van de tweede en derde schijf daarmee uit op 40,4%.

Kinderopvangtoeslag

Daarnaast intensiveert het kabinet de kinderopvangtoeslag per 2017 structureel met € 100 miljoen extra. Dit komt bovenop de intensiveringen in het vijfmiljardpakket.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied

Tot slot komt het kabinet voor de zomer van 2016 met een voorontwerp van een wetsvoorstel dat als basis kan dienen voor een wetsvoorstel om vanaf 2019 een verschuiving te realiseren van de inkomstenbelasting naar het gemeentelijk belastinggebied van € 4 miljard. Kernpunten van het voorstel zijn de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied en een gelijktijdige verlaging van de inkomstenbelasting met € 4 miljard, zoals geadviseerd door de Commissie Rinnooy Kan. Dit wordt op een zodanige wijze vorm gegeven dat deze maximaal koopkrachtneutraal uitpakt voor burgers, de inkomensverdeling zoveel mogelijk intact laat en tegelijkertijd leidt tot minimaal 15.000 tot 20.000 extra banen. Randvoorwaarden bij deze schuif tussen inkomstenbelasting en gemeentelijke belastingen zijn voor het kabinet dat gemeenten geen inkomenspolitiek gaan bedrijven, dat voorkomen wordt dat lasten eenzijdig afgewenteld worden op specifieke groepen, dat het stelsel goed uitvoerbaar is en de totale lastendruk (Rijk plus lokale overheden) gelijk blijft. Ook de wijze van heffen wordt hierbij betrokken. Onderdeel van het ontwerp kan zijn dat een aantal kleine gemeentelijke belastingen wordt afgeschaft.